Nieuws

17.10.2014

Regeling Dienstverlening aan huis voor gastouders voorlopig gehandhaafd

Particulieren kunnen op grond van de Regeling Dienstverlening aan huis iemand voor maximaal 3 dagen per week inhuren voor werkzaamheden ten behoeve van hun huishouden. De particulier is dan wel werkgever, maar hoeft geen loonadministratie te voeren en hoeft geen loonbelasting in te houden en premies werknemersverzekeringen af te dragen. Dienstverleners aan huis die onder de Regeling vallen, zijn niet verplicht verzekerd tegen werkloosheid en arbeidsongeschiktheid, ze hebben een beperkt recht op loondoorbetaling bij ziekte (6 weken in plaats van 104 weken) en dienen zelf middels een aangifte inkomstenbelasting opgave te doen van hun inkomsten.

In 2011 is ILO-verdrag 189 inzake ‘fatsoenlijk werk voor huishoudelijk personeel’ aangenomen. Verdrag nr. 189 bepaalt onder meer dat er geen verschillen mogen zijn in rechtspositie – inclusief recht op sociale zekerheid – tussen huishoudelijk werkers en andere werknemers. De Regeling Dienstverlening aan huis is hiermee niet in overeenstemming.

Tegen deze achtergrond hebben kabinet en sociale partners afgesproken een commissie te laten adviseren over een mogelijke verbetering van de positie van huishoudelijk werkers en de gevolgen van eventuele ratificatie van Verdrag nr. 189 in relatie tot de Regeling Dienstverlening aan huis.

Advies van de Commissie

De Commissie adviseert om publiek (mede)gefinancierde diensten buiten de werkingssfeer van de Regeling Dienstverlening aan huis te plaatsen. Dit betreft in de praktijk circa 60.000 dienstverleners die worden betaald vanuit de pgb’s

in de Wmo en de AWBZ (waaronder alfahulpen), en circa 8.000 gastouders aan huis waarvoor kinderopvangtoeslag wordt ontvangen. De argumenten vóór de Regeling zijn volgens de Commissie slechts beperkt van toepassing op dit publiek (mede)gefinancierde deel van de markt voor dienstverlening aan huis. De Commissie acht het daarnaast principieel ongewenst dat diensten die - grotendeels - met overheidsgeld worden gefinancierd worden uitgevoerd door dienstverleners wier rechtspositie slechter is dan die van reguliere werknemers.

Voor het private deel van de markt voor dienstverlening aan huis concludeert de Commissie dat er weinig zal veranderen als de Regeling Dienstverlening aan Huis  wordt afgeschaft. De Commissie signaleert dat particulieren nu al slecht op de hoogte zijn van de verplichtingen die gelden onder de Regeling.

Het standpunt van het kabinet met betrekking tot gastouderopvang aan huis

Er is een relatief kleine groep gastouders aan huis die onder de werkingssfeer van de Regeling valt en gedeeltelijk met publiek geld wordt gefinancierd via de Kinderopvangtoeslag. Dit betreft circa 8.000 van de 40.000 gastouders in totaal.

Het kabinet is van mening dat de positie van gastouders aan huis in breder perspectief moet worden bezien. Daarom zal deze specifieke groep dienstverleners aan huis worden meegenomen in de beleidsdoorlichting kinderopvang en evaluatie van de Wet Kinderopvang die eind 2015 naar de Tweede  Kamer zal worden gestuurd. In afwachting hiervan houdt het kabinet de Regeling voor gastouders aan huis vooralsnog in stand.

De volledige Kabinetsreactie op het advies van de commissie ‘Dienstverlening aan huis’ is hier te lezen.

Terug

Laatste nieuws

11.09
2017

Doorgeschoten overheidsbeleid kost banen gastouders

De VGOB heeft samen met andere branche partijen een persbericht geschreven naar aanleiding van de plannen van minister Asscher. Lees hier het volledig persbericht

Lees meer

03.07
2017

Persbericht zelfstandig ondernemerschap gastouders

Hier vindt u het persbericht dat namens de verschillende branchepartijen vandaag verschenen is.

Lees meer

22.05
2017

Kwaliteitsmonitor

Eindelijk is het zover: De kwaliteit van de gastouderopvang zal landelijk gemeten gaan worden. Lees ...

Lees meer

Meer nieuws

 

Follow VGOB on Twitter